lalalalinder on the road (again)


vietnam

stories

Back to Vietnam index

 

Gaat u naar beneden?

De grens tussen Vietnam en Laos wordt goed bewaakt. Laos en Vietnam zijn al jaren goede politieke vrienden en het gaat dan ook niet om militaire bewaking. Bij de grens moet iedere backpacker langs zo'n tien medewerkers van het Vietnameese leger voordat hij of zij het land in mag. Blijkbaar zijn we een risico. Nog nergens - zelfs niet bij de overgang van het arme Bolivia waar cocabladeren legaal zijn naar het moderne, rijke Chili - heb ik zo'n strenge controle meegemaakt als hier. Nadat iedereen goed naar de foto in mijn paspoort had gekeken en mijn bagage door het rontgenapparaat was geweest, was het daar: Vietnam.

Je hebt eigenlijk het gevoel alsof je Vietnam al kent. Net zoals iedereen weet hoe New York eruit ziet door het zien van talloze films en televisieseries, zo verwachtte ik veel rijstvelden, vrouwen met van die geinige hoedjes en veel rock 'n roll. Eigenlijk verwachtte ik op iedere straathoek "Paint it Black" of "The End" te zullen gaan horen, terwijl fietsers zich een weg banen door de beregende straten en er ieder moment een bom af kan gaan. In 2003 zijn echter de meeste fietsen vervangen door motortjes. Niemand loopt hier en de stoep wordt gebruikt als parkeerplek voor de motors, waarbij het de truck is zo dicht mogelijk bij de ingang van de winkel waar je moet zijn te parkeren, hiermee de ingang onbereikbaar latend voor andere klanten. Met de brommertjes moet trouwens voortdurend getoeterd worden: om aan te geven dat je er aan komt, dat je er langs wilt, dat je blij bent, wat dan ook. Iedereen moet elkaar altijd inhalen en gebruikt daarbij de volledige weg. Een fiets, een brommertje, een truck en een bus allemaal tegelijkertijd elkaar inhalend op een enkele rijbaan is geen uitzondering. Wanneer er tegenliggers komen, toeter je gewoon! De rijstvelden en de hoedjes zijn er wel, maar alle andere 'romantische' beelden van Vietnam zijn weg. Het land is gemoderniseerd en de Amerikaanse oorlog bijna vergeten. Hoewel iedere local boven de 35 gevochten blijkt te hebben, is er niet veel dat je herinnert aan de verschrikkingen die hier hebben plaatsgevonden.

We kwamen aan in een middelgrote stad, Dong Ha. Vietnam is als een lift: je gaat of omhoog of omlaag. Dit pad staat bekend als de toeristenversie van het Ho Chi Minh Trail en iedereen bewandelt het, ofwel richting Ho Chi Minh Stad (Saigon) of wel richting Hanoi. Dong Ha is geen echte stopover op dit pad en het stadje ziet weinig toeristen. Wij kwamen dit te weten toen we zorgeloos over de hoofdweg wandelden. Nu weet ik hoe het is om een rockster te zijn: iedereen kijkt, stoot elkaar aan en kijkt nog wat meer. Sommige mensen willen je aanraken, andere staren gewoon ademloos met open mond. Na een minuut of 10 is de nieuwigheid hier wel vanaf en wil je met rust gelaten worden. Beroemd ben je echter je leven lang en pas toen we weer terug in het hotel waren, waren we weer veilige anonieme backpackers.

In Dong Ha kwamen we er ook achter hoe het toeristenpad werkt. Ieder guesthouse, ieder restaurant of internetshop verkoopt de zogenaamde open-tour bustickets. Hiermee kan je in een zelf gekozen snelheid van Noord naar Zuid of andersom. De bus haalt je op bij je hotel en brengt je naar de volgende stad. Daar word je, met de bus, langs twee of drie aangesloten hotels gereden. Het is net alsof je dus zelf kiest waar je wil blijven. Wanneer je de open-tour doet, ben je gegarandeert verstoken van contact met locals, je hoeft nooit meer ergens over na te denken en kan dus veilig en vertrouwd door dit land reizen. Jeroen en ik - hardcore als we zijn - willen hier uiteraard niets van weten en willen ons eigen plan trekken. Dat is echter niet de bedoeling. Dus wanneer je aan het vriendelijke meisje achter de hotelbalie vraagt hoe laat de trein gaat, liegt ze ("Nee, de trein gaat pas heeeel laat, waarom ga je niet met een open-tour bus?", "De exprestrein stopt hier niet, waarom ga je niet met een open-tour bus?"). Wanneer je aangeeft met een lokale bus te willen valt de mond weer eens open. Een lokale bus? Zonder airco? Waar ook lokale mensen in zitten? Waarom zou je dat in hemelsnaam willen, waarom ga je niet met een open-tour bus? Inmiddels zijn we na Hue, Hoi An, Nha Trang aangekomen in Mui Ne en hebben we slechts een keer toegegeven aan de open-tour bus. Je kan niet altijd sterk zijn.

Back to Vietnam index