lalalalinder on the road (again)


peru

stories

Back to Peru index

 

Afzien in de Andes

Chicos y chicas,

Het is alweer een tijdje geleden dat ik jullie verblijd heb met een mailtje en daarom vandaag een extra lange aflevering. Na de geweldige Nazca lijnen heb ik een tijdje gerondgehangen in Arequipa. Daar valt verder niet zo veel over te vertellen, het is een oude typisch Latijns-koloniale stad zoals ik er zo veel heb gezien en waarover ik al genoeg geschreven heb. In Arequipa een boel vriendjes gemaakt en met twee van hen naar Cuzco gegaan.

Cuzco is het toeristenmekka van Zuid-Amerika en aangezien alle rijke westerse toeristen in de wereld nu vakantie hebben, vind je hier een boel toeristen: niet de hardcore backpackers die ik normaal tegen kom, maar net geklede mensen van tussen de 30 en de 60 (mama en papa: jullie hadden hier prima gepast!) De hardcore backpacker (zoals ik!) rust hier voornamelijk uit, wat sightseeing en sociale interactie en zo op zijn tijd een filmpje...


Cuzco is de oude hoofdstad van de Inca´s, zoals jullie allemaal uiteraard weten de grote veroveraars van Zuid-Amerika. Vanaf 1430 hebben de Inca`s een groot deel van de westkant van Zuid-Amerika veroverd totdat zij uiteindelijk een eeuw later verslagen werden door de Spanjaarden, in hun ogen Goden op ongelooflijk imposante wezens - paarden... Cuzco is echter voornamelijk de uitvalbasis voor een van de meest bekende hikes ter wereld: de Inca trail.

Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik niet van onnodige inspanning hou. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik het niet graag koud heb. Iedereen die ook maar iets van de Linda weet, weet dat vier dagen bergbeklimmmen niets voor de Linda is. Na lang twijfelen en overpeinzen heb ik uiteindelijk toch besloten geen mietje te zijn en te gaan. Mijn God, wat heb ik me in mijn hoofd gehaald!

(Dan volgt nu een uitgebreid, wellicht ietwat saai verslag van al mijn ontberingen en al mijn hoogtepunten van vier dagen Inca Trail...)

Dag 1:
We zouden om 4 uur (dat is 4 uur en niet 16 uur!) opgehaald worden in ons hotel om met de bus naar beginpunt `km 82` gebracht te worden. Ik had al gehoord dat je zo min mogelijk spullen moest meenemen. Je kan toch niet douchen, je wordt toch heel vies en je hebt toch geen puf om te lezen. Omdat we met zijn drieën waren, was het wel erg aanlokkelijk om één drager te huren voor de extra warme kleren, de slaapzakken en de matjes.


Na een fijn tukje in de bus kwamen we aan op de beginplaats waar zich al een hele menigte wandelaars had verzameld. Het aantal deelnemers wordt gereguleerd, je moet ook per se met een touroperator gaan en de entreeprijs is marktgewijs bepaald... We kregen een overheerlijk ontbijt voorgeschoteld en de dragers werden toegewezen. Nu wil de ironie dat wij met zijn drietjes, gezonde (?) Nederlandse meid van 25, sportieve Engelsman van 22 en fitte Israëlier van 28, de alleroudste drager toegewezen kregen. Gebrekkige gebit, gekneusde pols en 68 lentes jong. Lichtelijk schuldgevoel dus...


Onze groep bestond uit negen mensen, een gids en negen dragers, waarvan zeven alle tenten, al het eten, de pannen, het gas en het afval met zich meedroegen. Vrolijk & fit begonnen we aan de tocht en het leek niet al te slecht. Al om 11 uur werd een uitgebreide lunch voorgeschoteld en het heuveltje op, heuveltje af beviel me prima. Je hebt niet echt tijd voor reflecterende gedachten (zoals, zouden de Inca`s ook reflecterende gedachten hebben gehad toen ze hier met verse vis van Ica naar Machu Picchu renden?) omdat je goed op je stap moet letten. Een misstap en het is dag Linda...


Onderweg kwamen langs een ruïne en onze gids Javier, die volgens het reisbureau uitstekend Engels sprak, zou wel even een praatje houden... "De naam van deze vallei betekent Blij Been in Quechua, dit zijn Inca ruïnes die de Inca`s aandeden onderweg naar Machu Picchu. Vragen?" - Waarom heet de vallei Blij Been? -"Omdat het Blij Been betekent." - Hadden de Inca`s kaarten van deze regio? - "Ja, Cuzco was de hoofdstad" Okay... (Dit vraaggesprek vond overigens plaats in Spaans, niet in Engels, want de gids sprak dus geen Engels...)


Om 15 uur werd het kamp opgezet, dat is: de dragers zetten de tent op, de kok maakt popcorn en thee en wij deden een spelletje... Wat een leven! Ik werd wel lichtelijk bezorgd door alle regen die uit de lucht viel, maar we waren in het kamp en alle regen die nu valt, valt morgen niet - dacht ik! Na het eten direct naar bed want als het donker is, is er niets te doen behalve slapen...

Dag 2:
Om 6 uur precies maakte de gids ons wakker ("buenos dias, coca te???"). De nacht was best okay, ik kon goed slapen, mijn gehuurde slaapzak was warm genoeg en het zachtjes tikken van de regen op het tentzeil was best romantisch. Toen het `s ochtens nog steeds regende, werd ik wel lichtelijk ongerust. Inmiddels ben ik een doorgewinterde Peru-ganger en in het bezit van fleecejas, muts, handschoenen en een sjaal van heuse Alpacawol, maar ik ben nog steeds niet voorbereid op regen. Ik kon gelukkig een plastic zeiltje op de kop tikken en dat heet dan een poncho...


De tweede dag zou de zwaarste dag worden, dat had ik al van iedereen gehoord, maar ik had geen idee wat er ging komen. We moesten die dag vier uur omhoog klimmen en al na een half uur was ik aan het hijgen als een vijftigjarige vlak voor zijn hartaanval... Inmiddels was Javier achter me gaan lopen en iedere keer als ik even stopte om op adem te komen (wat trouwens niet echt lukt als er geen zuurstof in de lucht is), vond hij het nodig om te vertellen wat mijn naam ook al weer betekende in het Spaans. Neem twee uur, stoppen om de tien minuten, dat zijn twaalf varianten op `mooi`. Ik geloof dat ik het nu wel weet... Oh! Had ik trouwens verteld dat het nog steeds regende???


Na twee uur verschrikkelijke pijnen te hebben doorstaan, stond ik op mijn breekpunt. Halverwege de berg zou lunchkamp zijn en met al mijn laatste kracht voet voor voet (deze voet voor deze voet, deze voet voor deze voet en zo klim ik naar boven!) omhoog gegaan. Eenmaal daar brak ik. Ik had geen adem, kon niet praten, alleen maar huilen en rillen van de kou. Het was half elf... Opgevangen door mijn vriendjes, warm geblazen en gewreven, droog `t-shirt aan, warme soep, coca thee. Ik was halverwege de berg...


Met hervonden energie en onuitputtelijke moed begonnen aan de laatste twee uur en in een rapraprapido tijd van anderhalf uur de laatste 600 meter gedaan. Omhoog, dat is. In drieënhalf uur tijd was ik 1200 meter omhooggeklommen naar 4200 meter. Hoger dan de Mont Blanc dus! Dit zijn bergen met eeuwige sneeuw en die eeuwige sneeuw ligt er omdat het sneeuwt. Heel hard! Het uitzicht zou adembenemd moeten zijn, ware het niet dat de vallei gehuld was in wolken. Je ziet dus niets. Snel naar beneden dan maar.


Ik dacht altijd dat naar beneden makkelijker was dan naar boven, maar dat is niet zo. Het pad bestaat uit stenen die niet echt ordelijk naast elkaar liggen en bij iedere stap voel je je knieën en je onderrug. Naar beneden was de allergrootste hel. Ondertussen rennen alle dragers vrolijk langs, berg op, berg af, maakt niet uit. De meeste dragers doen de dagelijkse afstand twee keer om alle spullen op te halen. Ongelooflijk, op kapotte sandalen en zonder de verstelbare rugzak die onze oude drager mocht dragen, maar met een zeiltje samengebonden met een sjaal...


Toen ik als laatst van mijn groep (drie Deense Adonissen, een actief Engels stelletje, een grappig sprekende Schot en mijn twee vriendjes) aankwam in het kamp voor de nacht, werd ik hartelijk onthaald. Iedereen was heel erg trots op me, het was de zwaarste dag, ik had het overleefd en oh! wat smaakt een sigaretje dan lekker! Wederom koekjes bij de thee en alles verzorgd, wat een luxe. Javier bleef echter de allerslechtse gids allertijden ("Je naam is deze pas heet Sayacmarca, je hoogte is 3600 meter, morgen is je hoogte 3300 meter, we kamperen op 3300 meter maar is beter op 2200 meter" - ???). De camping lag in een wolk dus alles wordt vochtig. Hmmm, Inca Trail...


Na het eten (weer drie gangen!) om zeven uur naar bed, dicht tegen elkaar aan liggen en proberen het gesnotter en gebrabbel van zieke vriend Meni te negeren (nu ga ik mijn neus snuiten, nu ga ik mijn thermisch ondergoed aantrekken, nu ga ik neusdruppels nemen, nu neem ik mijn temperatuur op...)

Dag 3:
De derde dag staat bekend als de mooiste dag en begon met een fikse klim 300 meter omhoog (is een uurtje). Daarna een heftige afdaling waarbij mijn rug het echt begaf. Gelukkig was daar Javier met meer variaties op `mooi`. Bij het afdalen eindelijk ontsnapt aan de wolken en zowaar een stukje zon gezien! Meer ruïnes onderweg, al luisterde nu niemand meer naar het gepruts van de gids. De wolken bewegen alleen heel snel zo hoog in de bergen, dus toen we gezellig in onze lunchtent zaten te converseren, werden we weer overvallen door onweer. Maakt niets uit! Drie minuten geleden nog een prachtige foto gemaakt van ruïnes in de verte, nu zag je geen twee meter meer voor je... De wolk vloog echter verder en nu kwam het adembenemende deel. Langs diepe kliffen loop je een uurtje of twee kalm heuveltje op, heuveltje af en je ziet alleen maar mooie panorama`s. Prachtig, adembenemend en nog veel meer variaties op `mooi`.


Na deze twee hemelse uurtjes begon de grote afdaling. Gids Javier vond het geen goed idee voor de knieën van mij en het Engelse meisje om de 2000 treden van de oorspronkelijke Incatrappen te nemen en raadde ons aan een andere route te nemen. Natuurlijk vertelde hij niet dat deze route twee keer zo lang duurde en naast steile afdalingen (het allerslechtst voor je rug!) toch nog zo`n 500 treden bevatte. Hoe lang nog, Javier? "Een half uur." Hoe lang nog, Javier? "Een half uur." Hoe lang nog, Javier? "Een half uur." Dat was drieënhalf uur! Onderweg vanaf een hoge berg drie seconden de tijd om Machu Picchu in de verte te zien liggen voordat een wolk ons het uitzicht benam...


Het kamp van de derde dag is ook het kamp van de losers die twee dagen Inca Trail doen. Deze slappelingen nemen de trein naar `km 102`, lopen drie uur en komen dan bij een restaurant waar bier en Twix verkocht wordt, waar er echte wc`s en wasbakken zijn en waar ze slapen in een hostel. Voor ons die-hards was dit kamp echter een verademing! We zijn er bijna! We halen het! Twee biertjes en hartstikke dronken! Het verschil tussen de mensen van twee dagen en van vier dagen is overduidelijk. Onze schoenen waren vies, we stonken, we waren uitgeput, verkleurd door de magere straaltjes zon en wij sliepen in tenten. Een onverwachte wolkbreuk regende onze slaapzakkken nat maar we moesten toch al om vier uur op, wat maakt het uit! We zijn hardcore!!!

Dag 4:
Om vier uur op, ontbijt (chocoladepannekoeken), en om kwart over vijf met de zaklamp mee door het donker op weg naar Machu Picchu. Het wordt heel snel licht dus flink de pas er in. Eenmaal op het laatste hoogste punt, zie je Machu Picchu liggen. Het imposante van de ruïnes is niet zo zeer de afzonderlijke gebouwen of tempels, maar vooral de situering in dit onherbergzame landschap en de terrassen die de Inca`s hebben gemaakt. Alles draait om het uitzicht. Tijdens de laatste afdaling van een half uur kom je steeds dichterbij en het uitzicht blijft geweldig. Dit maakte het absoluut de moeite waard!


Om half zeven bereikte ik Machu Picchu. Ik kon niet meer lopen, totaal uitgeput, maar wat een ervaring! We moesten lachen om de dagjesmensen die met de trein komen, met al hun make-up en schone kleren. Als een negentigjarige met mijn stok rondgestrompeld door de ruïnes en toen snel met de bus naar het dorpje Aguas Calientes, waar - zoals de naam al zegt - thermische bronnen zijn. Wat was dat lekker zeg! Al je spieren ontspannen en het grootste deel van het vuil afweken. Toen hadden we eindelijk tijd om te contempleren, om erbij stil te zijn wat een geweldige tocht dit was, wat een bijzondere ervaring en wat een geweldige mensen we allemaal waren voor het volbrengen van de legendarische Inca Trail onder de meest erbarmelijke omstandigheden!

Read next story
Back to Peru index