|
stories

|
|
|
|
Indri
en mysterie
Het is half zeven en ik lig
onder mijn klamboe in een rietje hutje in het regenwoud. Buiten klinkt
een vreemd geluid, het houdt het midden tussen een uil en een sirene:
huuuuu huuuuu. Het is de roep van de indri indri, die iedere ochtend in
het woud naar elkaar roepen om te laten weten waar ze zitten. Jeroen en
ik kunnen niet wachten om de indri te gaan zien, dus springen uit bed
en bereiden ons voor op nog een tocht door de jungle.
In mijn trouwe afritsbroek,
met de niet zo hele hippe bergschoenen aan en flink besprenkeld met deet
(anti-muggenspul) gaan we samen met een gids het oerwoud in. Dit regenwoud
is de enige plek ter wereld waar de indri leven, dus we vinden het heel
erg spannend. We lopen dwars door struikgewas, heuvel op, heuvel af, achter
de gids aan, op zoek naar de indri. En dan zien we ze: hoog in de boom
zitten halfapen, die het best te beschrijven zijn als klein uitgevallen
panda's: zwart met wit, met handjes die lijken op die van mensen. Indri
leven samen in families: papa indri, mama indri en hun indri-kindertjes.
In tegenstelling tot veel andere lemuren, zijn de indri monogaam en blijven
ze hun hele leven (ze worden zo'n 60 jaar!) bij elkaar. De indri springen
van boom naar boom en wij volgen hun spoor. Ze zijn alleen in de ochtend
heel actief, dan zoeken ze een plekje waar ze een beetje in de boom hangen
(ronghangapen) en bladeren eten. Uiteindelijk krijgen we ze van twee meter
afstand te zien, dus onze camera klikt aan een stuk door. Indri zijn niet
te beroerd om je flink aan te staren, dus dat geeft nog betere foto's!!
Jullie kunnen je nu inschrijven voor de dia-avondjes!
Over staren gesproken: de Malagasi
zelf kunnen er ook wat van. Staren is hier tot nationale kunst verheven
- je vraagt je af wat er zou gebeuren als je een groep Malagasi in een
Engelse underground zou zetten! Staren gaat zonder gene, liefst met grote
ogen en - uiteraard - open mond. Aanvankelijk dachten wij dat wij zo bijzonder
waren om al dat gestaar te verdienen, maar we zijn er achter dat Malagasi
ook graag naar de meest mondaine dingen staren. Als de taxi-brousse langs
komt - en dat doet ie soms even vaak als bus 172 naar Kudelstaart - staart
iedereen in de dorpjes langs de weg er op los alsof ze een indri-familie
zien waterfietsen. Staren wordt vaak afgewisseld met uitlachen. Niet alleen
de kindertjes doen dat, ook pubers en volwassenen lachen hun medemens
graag uit. Vanochtend zaten we in een taxi op Ile Saint Marie en onze
taxi-chauffeur werd toch zeker vijf keer hartelijk uitgelachen. Waarom?
Geen idee, maar er was blijkbaar iets heel grappigs aan een taxi met toeristen
op het eiland dat bekend staat als Ile de Vazaha _ buitenlandereiland.
Ile Saint Marie was vroeger
een vluchthaven voor heuse echte piraten. Vanwege de ligging (ten oosten
van het 'vasteland' en dus een handige plek om alle schepen naar de Oost
te overvallen) koos menig Captain Jack Sparrow voor Saint Marie als uitvalsbasis.
De hele reis droom ik al over Johnny Depp en piraten en ik was dan ook
super opgewonden voor onze laatste geplande activiteit: een bezoek aan
het Piratenkerkhof! Echt! Een Piratenkerkhof! Hoe cool is dat!! Onder
begeleiding van een tandeloze gids die om de twee stappen iets uit zijn
mond moest tuffen (dat heb ik Johnny Depp niet zien doen in Pirates of
the Caribbean...) trokken we langs beken en dalen het binnenland van het
eiland in....
(Okay, ik overdrijf. Het was
een simpele wandeling van twintig minuten. Ik heb maar één
natte voet gehaald. Er waren ook geen dalen, het was een klein heuveltje.
Maar de gids tufte wel veel, moest ook een keer plassen en hij had echt
geen tanden.)
..... En daar was het: het
kerkhof van de piraten! Een stuk of 30 graven zijn er over, het oudste
uit de 18e eeuw, zelfs een graf met het piratenkenmerk: ongelogen, er
was een graf met een doodshoofd er op! Romantiek ten top. Ik wilde direct
mijn baan opzeggen om voortaan als piraat door het leven te gaan. Samen
met Johnny Depp de zeeën te bevaren op zoek naar treasure, op de
vlucht voor de koning van Engeland, rum drinkend en piratenliedjes zingend!
Onze tandeloze vriend vond dit allemaal heel grappig en heeft me de hele
terugweg hartelijk uitgelachen.
Maar Johnny Depp woont in Frankrijk
met een Franse - en na een maand lang Fransen heb ik van hun inmidels
meer dan genoeg. Bovendien heeft Engeland geen koning maar een koningin,
is Johnny Depp al heel oud, en hou ik eigenlijk niet zo van rum. Liever
reis ik lekker met Jeroen de wereld over. Ik ben alleen bang dat het niet
zo makkelijk is om treasure te vinden, dus om al dat reizen te kunnen
bekostigen zal ik toch moeten werken. Maar eigenlijk is het leven van
een onderzoeker niet zo anders dan het piratenleven: in juni ga ik naar
London en in juli (samen met Jeroen!) naar Istanbul op zoek naar internationale
roem - een ander soort treasure!
|
|
|
|