|
stories

|
|
|
|
Dolly
Parton, copulerende panda's en de lemurenchecklist totnutoe
De laatste keer dat ik jullie
berichtte, waren we in Toliara, in het zuiden. Van daaruit zijn we omhoog
geklommen met een boel tussenstops, waarvan ik nu lineair verslag ga doen.
Waarschuwing vooraf: dit is een lang mailtje geworden! Uitprinten dus,
drankje erbij, sigapretje (indien drug of choice) en onderuit maar...
Van Toliara zijn we met de
taxi-brousse naar Ranohira gegaan. Taxi-brousses komen in verschillende
soorten: het mini-busje, een pick-up truck met een zeiltje en twee bankjes
(vergelijkbaar met de Zuidoost-Aziatische saemtaeng) en vrachtwagens met
bankjes erin. Voor alle soorten geldt: de bus is nooit vol! Deze eerste
afstand was echter superrelaxed. De dag van tevoren hadden we een reservering
gemaakt op het busstation. Wanneer je aankomt op een busstation, duiken
van alle kanten busknaapjes op je af die dringend willen weten waar je
naar toe gaat. Bussen concurreren hier niet op prijs, op service of op
comfort. Dat is voor alle bussen namelijk gelijk. Een slimme busknaap
zou dan concurreren op vertrektijd: Ook dat is niet het geval: alle busjes
uit Toliara vertrekken om 7 uur 's ochtends richting Ranohira. Als je
een beetje relaxed wil vertrekken, zeg om 11 uur, dan kan dat niet. In
plaats daarvan concurreren bussen op wie het hardst schreeuwt. Wij zijn
echter niet gecharmeerd van schreeuwerds tenzij het onszelf betreft en
lieten ons dus niet vangen. We kozen de bus met de fijnste plaatsen vrij
en werden gesommeerd om de volgende dag om strikt 7 uur aanwezig te zijn.
Nederlanders als we zijn: we waren er om kwart voor. Wij waren de enigen.
In de loop van de ochtend stroomde de rest van de passagiers binnen en
om 9 uur kwam de laatste aan. Ook zij had een reservering gemaakt de dag
ervoor, maar snapte het principe van morra morra (manana manana) beter
dan wij.
In de bus met 15 mensen, het
officiele aantal zitplaatsen en fijn Malagasi reliliedjes aan. Als je
bedenkt dat cassetebandjes na een aantal jaar alleen nog hoge tonen doorgeven,
en als je bedenkt dat reliliedjes het liefst worden gezongen door hoge
stemmetjes, als je vervolgens bedenkt dat muziek alleen leuk is op het
allerhoogst volume; als je dat alllemaal bedenkt kom je nog niet in de
buurt van de verschrikkelijke kwelling die deze muziek brengt. Onderweg
kwamen we langs Ilakaka, dé stad als je in de precious stone business
wilt. En dat willen een boel mensen!! Als jonge Malagasi heb je hier twee
mogelijkheden om wat geld te verdienen: in het toerisme of met edelstenen.
Ilakaka voelde een beetje naar en we waren blij dat we aankwamen in het
slaapstadje Ranohira.
Ranahira is de uitvalsbasis
voor een bezoekje aan het nationale park Isalo. Op weg hadden we al kunnen
zien hoe ongelooflijk gaaf het landschap is: een glooiende woestijn met
een soort helmgras en hele bijzondere zandsteen formaties. Vers uit de
taxi-brousse ontmoetten we de Australische Matt. Hij reist in zijn eentje
rond op een motor, spreekt geen Frans en is een grote fan van bananen
en William Shatner. Niet zozeer vanwege StarTrek, maar vanwege zijn muziek.
Jawel, William Shatner heeft ooit een plaat gemaakt! Echt waar! Allemaal
direct dowloaden en genieten van het geweldige nummer 'Has been'! Kort
gezegd, aussie Matt was quite the character!
Om het park in te mogen, ben
je verplicht een gids te huren. In Ranohira wonen zo'n 800 mensen, waarvan
500 onder de 16 zijn. Ongeveer 30 mannen werken als gids bij het park.
Dat is een op de 5! We hebben onze toer van het park samen met Matt en
zijn videocamera gedaan. Matt praatte daarin alsof hij een documentaire
maakte 'if you look very quietly, you will see the rare white lemur' enzovoort.
Het park is echt fantastisch mooi. 's Ochtends onze allereerste lemuren
gezien: de ringtailed en de witte lemur (checklist afgestreept!). Ik kan
niet anders zeggen dan dat ze verschrikkelijk schattig zijn. Veel soorten
slapen tegen elkaar aan en zijn monogaam. Een aantal loopt niet op vier
poten, maar maakt een dansende springbeweging op de grond. Lemur-spotten
is dus vrij makkelijk: je moet gewoon op het geluid afgaan; het geluid
van toeristen die aaaah en oooh zeggen. In de middag de rest van het park
bekeken. Na een aardige klim zaten we boven op een rots uit te kijken
over prachtige zandsteenrotsen, zo ver je kon kijken in het niets. Supercool
en echt een hoogtepunt van de reis. Al met al die dag 15 kilometer gehiket.
De Linda houdt helemaal niet van hiken! Uitrusten dus.
's Avonds in het hotel werden
we benaderd door een prive-chauffeur. Hij had zijn vrachtje toeristen
afgeleverd en reed nu leeg terug naar de hoofdstad Tana. Hij zocht mensen
die misschien zijn kant op gingen en wilden delen in de benzinekosten.
Dat wilden we wel!! De volgende dag zaten we superdeluxe in een luxe wagen
met prive-chauffeur te gniffelen om al die losers in de taxi-brousse terwijl
we met 100 km per uur over de Route National 7 zoefden. Zwaar hoor, dat
backpacken! Onderweg veranderde het landschap dramatisch. Van droge steppe
naar groene heuvels met allemaal rijstvelden. Heel erg mooi allemaal.
Next stop: Ambalovao. Ons hotel,
het enige eigenlijk in deze stad, is dé lunchplek voor de package
tour toeristen, halverwege twee belangrijke toeristensteden. Om 11 uur
kwamen de eerste toerbussen aan en uiteraard zaten wij dan klaar om het
geheel te aanschouwen. Op het terrein van het hotel zat ook een papierfabriek.
Fabriek is wellicht iets te veel eer: er werd door een groepje vrouwen
op traditionele wijze papier gamaakt. Fotomoment bij uitstek voor de oudjes
uit de toeringcar!
We vroegen de gids wat er nog
meer te doen was. Ieder restaurant of hotel heeft freelance gidsen rondlopen,
die je direct benaderen als je uitstapt. Ze zijn heel vriendelijk, beginnen
met he hallo, hoe gaat het, waar komen jullie vandaan, oh, Nederland,
daar heb ik vrienden, nou ja, het zit zo, ik ben een gids enne... Enfin,
de gids vertelde over een terracotta fabriek en een wijnproeverij. Cool!
dachten wij, wijs de weg! Volgens gids 1 was het in totaal maximaal 4
kilometer lopen. Toen even later gids 2 - en duidelijk de baas - er bij
kwam zitten, steeg het aantal kilometers in eens naar 10. Gids 2 had duidelijk
een beter commercieel inzicht en wilde ons ook een auto laten huren. Ja
mooi niet dus! A pied! Te voet was echter te min voor gids 1. Ten eerste
is het niet cool en ten tweede kan je veel meer geld verdienen met bejaarde
Fransen dan met lastige Nederlanders.
Jeroen en ik zijn een beetje
de achterafweggetjes van Ambalovao gaan belopen op zoek naar een niet-bestaande
terracotta fabriek en een interessante wijnproeverij (dat verhaal komt
wel bij de foto-avond). Dat mocht de pret niet drukken. Madagaskar is
een land van kinderen, ze hebben er daar hier echt ongelooflijk veel van.
Malagasi kindertjes worden helemaal wild van blanke buitenlanders - vazaha.
Als je langs loopt, roepen ze eerst al hun broertjes en zusjes om vervolgens
helemaal hysterisch 'bonjour vazaha' te gillen. Wij roepen dan vrolijk
'bonjour Malagasi' terug, waar hun ouders hard om moeten lachen. De kindertjes
zijn bijna net zo schattig als de lemuren. Al naar gelang hun bekendheid
met toeristen, wordt het bonjour gevolgd door de eis om een pen, een snoepje,
zeep of geld (in die volgorde). Je kan je niet voorstellen dat in Nederland
mensen 'hallo buitenlander' roepen, of dat een kind je op straat vraagt
om een pen. Of zeep!
Van Ambalovao naar Fianarantsoa
(Fianar) met de taxi-brousse. De muziek van de dag was Whigfield in de
mega-mix, je weet wel, van Saturday Night. Hier ondervonden we dat er
in een bus die plek biedt aan 15 personen ook best 25 mensen passen. Zaten
we eerst met drie op het eerste bankje, in deze bus merkten we dat er
daar ook best 8 mensen kunnen zitten! Nota bene: douches zijn een luxe
hier en aan de meeste mensen kun je dat ruiken. Als je veel geluk hebt,
moet degene naast je ook nog kotsen. Jammie!
Fianar was de startbasis voor
onze treinreis en we hebben er niet veel gedaan. Ons hotel heette heel
toepasselijk Le Cotso. De meeste toeristen gaan van noord naar zuid en
wij doen dat andersom. We hebben dus kennis die we niet horen te hebben.
Zo biedt een gids in de plaatselijke reggaebar een toer aan naar de wijnproeverij,
zebumarkt en papierfabriek in Ambolavao voor een luttele 35 euro. Dat
die plekken allemaal gratis zijn, staat er niet bij. 's Avonds aten we
in restaurant Le Panda, te herkennen aan een levensgroot schilderij van
copulerende panda's. Waar dat nou voor nodig was....
In Madagascar is nog één
werkende personentrein en daar moesten wij natuurlijk mee mee. In de trein
zie je van alles en - belangrijk - hoef je niet te wandelen. Je hoeft
zelfs geen wandelschoenen aan! De trein stopt onderweg in zo'n 88 kleine
dorpjes en raast met een geweldige snelheid van 20 km per uur door een
fantastisch lanschap: eerst rijstvelden, dan bergen met coole palmen.
In ieder dorpje staan de verkopers klaar - altijd vrouwen of kinderen
- en een berg kindertjes die om het hardst 'bonjour vazaha' gillen.
Manakara is het eindpunt van
de trein. Voordat we aankwamen op het station moesten we eerst de landingsbaan
van het vliegveld over. Daar was ook iemand aan het fietsen, dus ik denk
niet dat ze die dag nog vliegverkeer verwachtten. Op het station wordt
je belaagd door pousse-pousse mannetjes. Een pousse-pousse is een riksja
zonder fiets, oftewel een kar die wordt voortgetrokken door een man -
liefst zo oud mogelijk en altijd op blote voeten. Het gekke is dat er
hier heel veel fietsen zijn, allemaal glimmende mountainbikes, maar dat
er nog nooit iemand op het idee is gekomen om zijn fiets voor de pousse-pousse
te spannen. Pousse-pousse concurrentie gaat ook om wie het hardst schreeuwt.
Een tweede tactiek is de lopende vazaha volgen, terwijl je een pleidooi
houdt over het comfort van de pousse-pousse. In sommige gevallen geeft
de vazaha dan de tegenstand op en klimt zuchtend op de pousse-pousse.
Van Manakara vertrekken alle
taxi-brousses naar het noorden op zijn vroegst om 16 uur. Dit zou betekenen
dat we op zijn vroegst om 23 uur aan zouden komen op onze bestemming Ranomafana
(geen afkorting, gewoon oefenen). Dat wilden we niet en in plaats daarvan
besloten we te gaan liften, of in het frans: faire du stop. We waren het
dorp nog niet uit, of de taxi-brousse mannetjes hadden het al geregeld
voor ons: een kleine vrachtwagen/grote bestelbus ging die kant op en wij
mochten mee, op voorwaarde dat we lopend langs de politieposten zouden
gaan. Politieposten vind je hier veel en politiemannen vinden altijd een
probleem. Zo zijn er voor sommige auto's boetes als ze geen toeristen
hebben, voor andere juist als ze die wel hebben etc. Het gevonden probleem
is altijd eenvoudig opgelost met wat smeer (=geld), maar onze truckchauffeur
wilde zijn geld zelf houden. Zo kwam het dat Linda en Jeroen prinsheerlijk
een dag door hebben gebracht in een beige Renault uit 1912. Wij waren
het eerste vrachtje en zaten naast de bestuurder. De rest van de mensen,
pakjes, kippen die we oppikten lagen achterin. De truck ging slechts twee
keer stuk en had één keer een lekke band. Niet slecht! Zo
rond 17 uur begon het te regenen, waardoor een aantal taxi-brousses sneuvelden.
Geen zorgen, in onze truck was plek zat! Een geruststellend idee... Uiteindelijk
kwamen we om 19 uur aan in Ranomafana, weliswaar in het donker, maar op
tijd genoeg voor een stukje zebu-steak.
In Ranomafana bezochten we
ons tweede nationale park en konden we weer drie soorten lemur afstrepen
van de lijst. Het park is een beetje een farce: de gids leidt je in rondjes
waardoor het veel meer lijkt dan het is. Dit betekende veel op en neer
hiken en dat vinden we dus niet leuk. Al het jungle-geploeter leverde
ook geen extra lemuren op. De gidsen laten elkaar namelijk weten waar
de beestjes rondhangen en roepen dan elkaar. Het oude Franse koppel dat
rustig over de paadjes mocht lopen, zag dus hetzelfde als wij. No fair!!
Vanuit Ranomafana gingen ook
al geen taxi-brousses op een Christelijk uur. Er ging een taxi-brousse
naar Fianar, de richting die we op wilden, maar wij wilden er bij de grote
weg uit in plaats van op en neer rijden naar Fianar. Dit kon de hoofd-rondhanger
van de taxi-brousse stop niet toelaten. We moesten van hem naar Fianar:
daar gingen veel bussen, daar waren hotels. We mochten niet langs de weg
uitstappen, alle taxi-brousses die daar langskomen zijn vol (vol? een
taxi-brousse? nooit!). Na twee uur discussie, verloor ik nog. Hij zou
er niet van weten. Uiteindelijk hebben een pick-up truck aangehouden,
die ons netjes naar het begin van de route 7 bracht, onder het genot van
heerlijke country muziek - Dolly Parton is eigenlijk best aardig! Toen
we aankwamen bij de weg, reed er net een superdeluxe bus langs, een echte
bus in de rol van taxi-brousse. Er was plek zat en ze reden dus direct
door naar Ambositra - spreek uit AmBOEsjtrrr. Hier stond Westlife aan,
maar ik mocht van Jeroen niet luidkeels meezingen. Een beetje flauw.
Inmiddels zit ik al anderhalf
uur te typen. Ik denk dat de softies onder jullie al zijn afgehaakt, dus
hierbij een hoera! voor de die-hards! Ik ben nu in Antsirabe, na een dag
in Ambositra, waar niets over te melden valt. Morgen gaan ze richting
het oosten en zit onze toer van het zuiden er op. Madagaskar is fantastisch.
Het landschap is prachtig, de mensen zijn interessant en het reizen is
een belevenis!! In de volgende aflevering: de president & het geld
en de Kunst van het Staren.
Dikke kus, velouma!
|
|
|
|