|
stories

|
|
|
|
Niets
niets en nog eens niets
Het laatste stukje Bolivia
bleek het hoogte (haha!) punt van mijn reis tot nu toe. Drie dagen door
een boel niets in een gammele jeep (gelukkig had onze chauffeur nog nooit
een toerist verloren) op weg naar Chili. Drie dagen door een waanzinnig
landschap, drie dagen lang zulke mooie dingen zien dat je verlangt naar
lelijkheid, industrie, gebouwen, stad en MacDonalds...
Vlakbij Uyuni - voor Bolivia een middelgrote stad, voor ons een dorpje
met modderhuisjes, waar het hoogste gebouw een hotel van twee verdiepingen
is - ligt een grote zoutvlakte. Vroeger was dit zee, daarna was het een
meer en nu is het een zoutvlakte. Hoe kan ik dat het beste beschrijven?
Van horizon tot horizon (als je je omdraait natuurlijk) ligt een enorme
hoeveelheid zout. Zomaar op de grond! Het lijkt net sneeuw, maar het is
dus zout (dat smaakt zout) en met dat zout kan je van alles doen. Je kan
het op je patatjes doen, maar de Bolivianen maken er van alles van, zelfs
hotels! In deze zouthotels staan tafels van zout, bedden van zout en natuurlijk
ook stoelen van zout. Middenin de zoutvlakte ligt een berg maar dat heet
dan een eiland waarop reusachtige cactussen groeien van wel 12 tot 15
meter hoog die wel 12000 jaar oud zijn.
De volgende dag weer in de jeep door nog meer niets op zoek naar nieuwe
attracties. Dan kom je ineens aan bij een meertje waar ze een vulkaan
hebben neergezet want dat maakt de foto nog nét iets mooier. Omdat
dat niet genoeg is, lopen er ook allemaal roze flamingo`s rond. Denk echter
vooral niet dat flamingo`s duiden op warmte, het was nog steeds koud.
Na dat ene meertje, komt het volgende meertje waar ook een vulkaan staat,
ook flamingo`s zijn en dan nog een meertje en nog een meertje. Let wel,
in de omgeving is helemaal niets, geen dorpjes, geen wegen, geen wegrestaurants,
geen reclameborden, alleen maar niets. Niets naast cool vormgegeven rotsen,
vlakten, bergen enzovoort. Onze bestuurder was blijven hangen in de jaren
`80 van de vorige eeuw en ons enige vermaak was zijn Modern Talking bandje
dat we drie dagen mochten aanhoren. Hoera!
De laatste dag moesten we nog meer natuur bekijken, namelijk geisers,
nog niet gezien, dat is maf zeg! Iemand die wel goed had opgelet met natuurkunde
legde me uit dat er warm water onder de grond zit en dat wil er uit. Zo`n
geiser ziet er uit als modder die scheten laat. Hmm. Het warme water is
op sommige plaatsen niet zo warm en de modder laat daar geen scheten en
dat heet dan een thermische bron. In de middle of nowhere kan je dus badderen
in medicinaal water, iets dat wij natuurlijk niet konden weerstaan. Bibberend
omgekleed in bikini en het vuil van de twee dagen niet douchen en bijna
vijf weken Bolivia afgeweekt...
|
|