|
At
the Copa... Copacobana
Uw doorgewinterde reiziger
zit in Copacabana. Dat klinkt veel exotischer dan het is en hoewel het
beroemde strand in Brazilië vernoemd is naar deze plaats (Copacabana
betekent ´meerzicht´ in Aymara), is hier lang niet zo veel
te beleven - denk ik. Er is hier wel een strand, een strookje aan het
Lago Titicaca, waar de locals in het weekend waterfietsen, maar het is
veel te koud om te gaan zwemmen. Je ziet hier ook geen spannende vrouwen
in tanga´s, alleen maar Boliviaansen met vreemde bolhoedjes en zes
rokken over elkaar. Daardoor lijkt iedereen veel dikker en ouder dan ze
in werkelijkheid zijn. We spraken een lokale vrouw aan (tenminste, dat
dachten we) en zij bleek een meisje van tien te zijn...
Ik ben terug van drie dagen Isla del Sol. De mensen hier geloven dat de
zon daar is geboren. Dat weet ik zo net nog niet, de zon is wel heel krachtig
en ik heb een heel verbrand neusje gekregen (zo´n beetje het enige
plekje van mijn lichaam dat niet bedekt is!). Het gekke aan Lago Titicaca
is dat je echt het gevoel hebt dat de wereld hier rond is. De wolken zijn
heel dichtbij (we zitten bijna 4000 meter boven zeeniveau), overal om
je heen zie je een vreemde kleur bruine bergen en het water van het meer
is achterlijk blauw. Het uitzicht is geweldig, het lijkt allemaal net
niet echt. Als ik een schilderij had gemaakt, had iedereen me uitgelachen
vanwege de simpelheid. Wacht maar op de foto´s! Het is echt onwerkelijk...
We hadden verwacht dat er op Isla del Sol een grote backpackersgemeenschap
zou zijn en dat we daar fijn een paar dagen konden chillen en genieten
van het uitzicht. Dat feest ging echter niet door. Op Isla del Sol is
niet veel meer te doen dan kijken (en luisteren!) naar de ezels en de
llama´s en wandelen. Nog meer wandelen???
In mijn onbeschrijflijk onaccurate Lonely Planet stond dat het strand
van Cha´lla als twee druppels water leek op een Grieks strand. Het
leek ons dus wel leuk daar heen te gaan, beetje op het strand te hangen,
kijken naar het meer, boekje lezen. Van boven af leek het strand inderdaad
best wel wat. Maar toen we na een adembenemende afdaling van een uur dwars
door de ezelstront eindelijk aankwamen bij het strand, bleek het niet
meer te zijn dan een modderpoel waar twee varkens de tijd van hun leven
in hadden....
Toen maar gaan zitten bij een restaurantje. Natuurlijk hadden ze geen
eten, maar wel de keus uit twee soorten versnaperingen. Overtijdse Sprite
of een fles water van twee liter. Wat een luxe!! Toen we wilden betalen
met 20 Boliviano´s (4 euro), keek het vrouwtje alsof we aan kwamen
zetten met 1000 piek. Dat is overigens heel normaal in Latijns Amerika,
wisselgeld bestaat hier niet. ´No cambio´ (geen wisselgeld)
is het nationale motto van alle Spaans-sprekende landen die ik tot nu
toe heb bezocht.
Meer volgt...
|